Op de bank
Even een momentje stil voor mezelf. Net de co-assistent gekeken, net als elke maandag; lichten uit, op de bank. Een stil momentje voor mezelf. Gelukkig ook rustig in het huis. Heb wat kaarsjes ontbrand, heb ik al lang niet meer gedaan. Of althans, niet zoveel tegelijk. Eerst de kaarsjes van op de schouw, toen die voor mijn mannetjes. Die brand ik wel elke avond. Wil ze nooit vergeten, dit is mijn manier om ze toch elke dag even heel dicht bij me te voelen. Praten doe ik niet hardop tegen ze, dat voelt raar om te doen. In gedachten mompel ik zo ontzettend veel. Ik ben blij dat ik ze nog zo dicht bij me heb, hoewel er nog een leeg gat zit. De herinneringen vervagen een beetje, maar het gevoel nooit. Ik vind het fijn, zo stil voor mezelf op de bank. Het melancholische getik van de regen in mijn binnenplaatsje en op het dak stoort me niet. Lekker rustig en eentonig getik vult aan wat ik toch al wel voel; de rust en regelmaat van het op en neer gaan van mijn borst bij elke ademhaling.
Vorige week heb ik ook een mooie dag gehad, ik genoot van de rust tussen mijn colleges door. Op het moment dat ik weer op de fiets wilde stappen, terwijl ik nog in een rustige rush zat viel me de hectiek van het centrum van een stad op. De stad waar ik woon, welteverstaan. Mxe2x80x99n straat uitgereden, vol het gedruis in van iedereen, druk en wel. Prachtig. En ik ben dan die ene, onbekende persoon, op haar fiets. Die ene die zich op haar fiets midden door de stad waant. In alle kalmte. Want ik zit in mijn eigen rush. De wereld beschouwende zoals hij zich voordoet. Druk, bezig. Mooi.
Dat mooie kent voor mij ook een keerzijde. Ik probeer me te beseffen wat ik voel, wat ik mooi vind, wat ik lelijk vind. Waar ik van houd, waar ik van kan lachen, kan huilen. Niks van kan vinden. En juist datgene bracht mij, die ene dag in september, in een mooie roes waar alleen ik getuige van mocht zijn. Mijn eigen geheim dat niemand op dat moment mocht delen.
